7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn aangepast

Nieuws Image
29 november 2021
Vrijdag 26 november jl.  heeft de minister van LNV een brief aangaande het aangepaste 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn naar de Tweede Kamer gestuurd. Tevens is het de complete tekst van het programma meegestuurd. Voor de telers van Cosun en de coöperatie zijn de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het aanvankelijke ontwerp de volgende:
  • Er is geen verplichting tot het opnemen van rustgewassen op klei en veen. De verplichting tot 1 op 4 rustgewassen per 2023 en 1 op 3 per 2027 op zand en löss wordt gehandhaafd.
    Er komt een mid-term review op bovenstaand punt per 2024.
  • Vanggewassen. Het verplicht inzaaien van een vanggewas per 1 oktober om zand- en löss geldt niet voor zogenaamde ‘wintergewassen’ waaronder naar verwachting suikerbieten. De Commissie Deskundigen Meststoffen (CDM) gaat een advies uitbrengen over de lijst van wintergewassen, aan de hand waarvan het ministerie van LNV een definitieve lijst opstelt. 
  • Voor maïs blijft de verplichting van inzaai vanggewas uiterlijk 1 oktober. Er komt een vaste commissie van wijzen, die jaarlijks adviseert over eventuele latere zaai van een vanggewas, dan 1 oktober, als de omstandigheden daartoe nopen.
  • Voor andere gewassen (op zand en löss) is aanbevolen om voor 1 oktober een vanggewas te zaaien. Bij een latere inzaai dan 1 oktober geldt er een verlaging van de gebruiksnorm in het volgende teeltjaar (gedifferentieerde gebruiksnorm). CDM wordt om advies gevraagd.
  • Vanggewassen dienen tot minimaal 1 februari te blijven staan.
  • Ter compensatie geldt, met inachtneming van bovengenoemde uitzonderingen , het inzaaien van een vanggewas op zand en löss per 2023 voor 100% van het areaal (i.p.v. 60%).
  • Er komt enige ruimte om stikstofbemesting op groenbemesters (behalve vlinderbloemigen) te hanteren. De exacte hoeveelheden en groenbemestingsgewassen waarvoor dat geldt, volgt later.
  • Voor najaarsbemesting van dunne fractie van dierlijke mest en drijfmest geldt na 1 augustus (tot 15 september) een maximum van 60 kg stikstof.
  • Voor voorjaarsbemesting geldt een vroegste datum van 15 maart (was 15 februari) voor het aanwenden van bemesting . Er volgt nog een advies van het CDM over hoe om te gaan met vroege teelten.
  • LNV gaat met de sector het door de sector gepresenteerde Maatwerkaanpak uitwerken met de ambitie dit per 1/1/2023 in te voeren.  Als telers kiezen voor het maatwerk zijn ze niet meer gebonden aan de generieke maatregelen (o.a. rust- en vanggewas).
  • Teeltvrije zones: er komt een wetenschappelijke beoordeling waarbij de huidige waterkwaliteit meegenomen wordt. Dit betekent dat daar waar de waterkwaliteit in orde is er geen noodzaak tot bufferstroken is.
Per saldo betekenen bovenstaande wijzigingen een aanzienlijk minder slechte situatie dan in het aanvankelijk ontwerp van het 7e Actieprogramma. 
 
Vervolgstappen
Het Actieprogramma dient op 1 december bij de Europese Commissie ingediend te zijn zodat het op 15 december in het nitraatcomité kan worden geagendeerd. Tevens is het deze week begrotingsbehandeling van LNV in de Tweede Kamer. Naar verwachting zal dan ook worden stilgestaan bij het Actieprogramma. Wijzigingen doorvoeren kan de Kamer niet meer op dit moment. In het gewijzigde AP wordt de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) op een aantal, voor de akkerbouw belangrijke punten, om vervolgadvies gevraagd. Dit zal de komende periode zijn beslag krijgen. Dit betekent dus dat we er nog niet zijn en Cosun, samen met de partners in de akkerbouw, nauw betrokken blijft bij de verdere uitwerking opdat voor alle Cosun gewassen aardappelen bieten en cichorei een werkbaar 7e Actieprogramma komt. 
Tot slot, aanvullend op dit pakket over de grondwaterkwaliteit, heeft minister Schouten al aangekondigd dat er voor oppervlaktewaterkwaliteit, in het kader van de Kaderrichtlijn Water, een aanvullende opgave is. Hierbij wordt nadrukkelijk de koppeling met de stikstofproblematiek gemaakt en aangegeven dat keuzes hierover door een volgend kabinet worden gemaakt.

3650 zienswijzen
De minister geeft in haar Kamerbrief aan dat bij de internetconsultatie ongeveer 3650 zienswijzen zijn ingediend en dat deze op onderdelen hebben geleid tot aanpassingen van het Actieprogramma. Dit heeft dus zeker zijn effect gehad, waarvoor wij alle indieners erkentelijk zijn.
 
De BO-akkerbouw heeft over dit onderwerp ook een persbericht uitgegeven.